In Nederland verdwijnen ze in hoog tempo: de regionale slachthuizen. Niet omdat ze overbodig zijn, maar omdat ze het financieel niet meer redden. En hoewel dat voor ons als dierenbeschermingsorganisatie misschien goed nieuws lijkt, is het tegenovergestelde waar.
Nederland is na de Verenigde Staten de grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld, waaronder enorme aantallen dieren. Bij Vion in Boxtel worden er per week alleen al honderdduizend varkens geslacht. Op stal worden deze varkens eerst allemaal op gewicht en uniformiteit geselecteerd, zodat de karbonades perfect in het plastic bakje van de supermarkt passen en de hypermoderne slachtmachines zonder oponthoud kunnen draaien.
Maar er zijn ook varkens die niet in dit hoogproductieve systeem passen. Varkens die door ziekte of verwondingen niet goed zijn meegegroeid; de zogenaamde ‘slijters’. Of varkens met een navelbreuk, abcessen of aangebeten staartstompjes en oren. Oftewel de ‘kneusjes’ die de grote slachterijen niet willen hebben.
Tot voor kort gingen zij vooral naar de kleinere, regionale slachthuizen. Maar juist dié slachthuizen verdwijnen nu; ze hebben namelijk te maken met steeds hogere keuringskosten van de officiële overheidsdienst, de NVWA. Bij sommigen van hen zijn de keuringskosten in de afgelopen jaren verdrievoudigd. In Noord-Nederland zijn er vrijwel geen regionale slachterijen meer over. En ook in Brabant staan er verschillende op omvallen.
Het probleem is dat het huidige keuringssysteem geen onderscheid maakt tussen slachterijen waar tienduizenden dieren per dag worden geslacht en bedrijven waar het om enkele honderden gaat. Waar grote industriële slachterijen de keuringskosten van de NVWA kunnen uitsmeren over enorme aantallen dieren, kunnen regionale slachthuizen dat niet. Het gevolg laat zich raden: kleine slachthuizen verdwijnen, grote blijven over. Zo werkt het systeem schaalvergroting niet alleen actief in de hand, maar leidt het er ook toe dat kwetsbare dieren steeds verder vervoerd worden, omdat er geen slachterijen meer in de regio zijn.
Afgeschreven Friese melkkoeien die voorheen binnen een half uur bij de slachterij arriveerden, zijn nu vaak vier uur of langer onderweg naar slachthuizen in Brabant of over de grens, zo blijkt uit onze eigen inspecties. Ook andere kwetsbare dieren verdwijnen uit beeld. Zo worden er wekelijks duizenden biggetjes met verschillende mankementen naar slachterijen in Kroatië, Spanje en Portugal geëxporteerd. Alleen om aan het einde van een rit van 16 uur of langer, uitgeput geslacht te worden. Als dit beleid wordt voortgezet, dreigt mogelijk hetzelfde voor de overtollige geitenbokjes en kalveren.
Het verdwijnen van regionale slachthuizen is geen natuurverschijnsel, maar het resultaat van beleidskeuzes bij de overheid. Wij pleiten voor eerlijke en proportionele keuringstarieven, zodat regionale slachthuizen blijven bestaan en kwetsbare dieren lange transporten worden bespaard. Misschien een vreemd verzoek van een dierenbeschermingsorganisatie, maar ieder dier verdient een fatsoenlijk einde, zeker na een leven dat vaak alles behalve gemakkelijk was.
Dit opiniestuk werd onder andere geplaatst in BN DeStem en Algemeen Dagblad.


