Vandaag gaf Eyes on Animals een presentatie aan NVWA-dierenartsen die werken op verzamelplaatsen en in slachterijen. We deelden onze werkwijze, belangrijke bevindingen en punten die naar ons oordeel meer aandacht behoeven, waaronder:
- Kwetsbare slachtbiggen op lange transporten
In Nederland worden “lagere kwaliteitsbiggen” met onder andere navelbreuken, infecties en aangebeten oren en staarten opgehaald bij Nederlandse bedrijven, naar verzamelplaatsen gebracht en 0,5–1,5 dag later naar slachterijen vervoerd, vaak in verre landen als Kroatië en Spanje. Wij vinden deze handel in zwakke en jonge dieren onacceptabel. Tijdens dit lange traject constateren wij regelmatig dierenwelzijnsproblemen, zoals overbelading, een ongelijke verdeling van de biggen over de compartimenten, dieren die niet geschikt zijn voor transport, lange wachttijden bij de slachterij en lange periodes zonder voer. - Jonge kalveren krijgen lange tijd geen melk
Kalveren die via Nederlandse verzamelplaatsen worden verhandeld, krijgen daar vaak alleen elektrolyten en geen melk. Het niet verstrekken van melk aan deze kalveren is naar ons oordeel in strijd met de regelgeving. Elektrolyten zijn geen voeding voor kalveren. De sector stelt dat melk op verzamelplaatsen diarree veroorzaakt, maar in de praktijk komt dit vaak doordat kalveren te snel drinken. Het langdurig onthouden van melk aan kalveren is naar ons oordeel onacceptabel. - Lange wachttijden bij slachterijen
Dieren moeten bij aankomst op Nederlandse slachterijen vaak lange tijd in stilstaande vrachtwagens wachten. De aanvoer van dieren is gestegen, maar wachtstallen en losbordessen zijn niet meegegroeid. Er is dus simpelweg geen plek. Dit veroorzaakt, vooral bij warm weer, veel leed omdat de temperatuur in stilstaande veewagens razendsnel stijgt. Op veel locaties zijn op advies van Eyes on Animals de wachtvoorzieningen verbeterd, zoals overkappingen, ventilatoren en verneveling. Wachttijden blijven echter een structureel probleem. - Gesloten veewagens – risico’s voor dierenwelzijn
Steeds vaker worden dieren vervoerd in gesloten, dwarsgeventileerde veewagens. Deze worden gepresenteerd als “modern” en als oplossing tegen hittestress, maar in de praktijk zien wij vaak een hogere luchtvochtigheid in deze wagens, wat het risico op hittestress juist vergroot. Daarnaast zijn dieren volledig afhankelijk van ventilatoren. Bij storingen of onjuist gebruik kunnen de gevolgen ernstig zijn en dat gebeurt, zo horen wij uit betrouwbare bronnen, met enige regelmaat. Bovendien ontbreken regelmatig toegangsdeuren, waardoor controle en ingrijpen bij problemen nagenoeg onmogelijk wordt.
Samen met de NVWA-dierenartsen is open en inhoudelijk gesproken over deze knelpunten, en waar de NVWA in de praktijk tegenaan loopt.




