Vandaag heeft Eyes on Animals, samen met Roy Melsert van MHS Consultancy en Dr. Bert Lambooij, de CASH Small Animal Tool van Accles & Shelvoke getest: een klein, niet-penetrerend penschiettoestel voor het doden van kleine dieren.
Waarom dit project?
Pluimveehouders hebben op bijna dagelijkse basis te maken met dieren die ziek, gewond of verzwakt raken. Deze kippen worden gedood, of ze gaan naar een ziekenboeg om te kijken of ze op eigen kracht herstellen. Medicatie wordt weinig gebruikt vanwege het risico op medicijnresiduen in het vlees of de eieren.
Het doden van pluimvee gebeurt nu nog vaak via cervicale dislocatie (het breken of strekken van de nek). Anders dan veel mensen denken, leidt deze methode niet direct tot bewusteloosheid en gaat zij gepaard met aanzienlijke pijn. Een deel van de pluimveehouders vindt het bovendien fysiek of emotioneel lastig uit te voeren. Hierdoor worden dieren soms pas laat, of helemaal niet gedood, met onnodig lijden tot gevolg. Kortom: de omgang met zieke, zwakke of verzwakte vogels op het pluimveebedrijf behoeft verbetering.
We zijn daarom een praktijkonderzoek gestart naar apparaten waarmee zieke, gewonde of zwakke kippen snel en met minimale stress gedood kunnen worden, om zo een alternatief te kunnen bieden voor de pijnlijke cervicale dislocatie.
Vandaag werd op advies van wetenschappelijke experts de CASH Small Animal Tool van Accles & Shelvoke getest – een niet penetrerend schiettoestel met een paddenstoelvormige pen, dat werkt op patronen. We waren hiervoor op een boerderij in Zeeland, met een klein koppel kippen. De kippen moesten vanwege teruglopende eiproductie en verminderde gezondheid geslacht worden. De medewerkers waren blij dat dit vandaag middels een penschiettoestel zou geschieden omdat zij geen goed alternatief hadden.
Om te beoordelen of een toestel geschikt is, zijn voor ons drie vragen cruciaal:
- raakt het dier direct en zonder pijn bewusteloos?
- is de stress bij fixatie minimaal of afwezig?
- is het voor een pluimveehouder- of medewerker makkelijk uitvoerbaar?
Omdat er weinig tot geen ervaring is met alternatieve dodingsmethoden voor pluimvee, moesten we bovenstaande zaken zelf uitzoeken.
Testen van verschillende manieren van fixeren
Voor direct bewustzijnsverlies is het van cruciaal belang dat het penschiettoestel goed geplaatst wordt, namelijk bovenop de kop, richting de ruimte tussen de ogen en de oren, daarboven zitten namelijk de hersenen.

Als de kam in de weg hangt, moet deze iets worden weggeduwd. Om een goed schot te bewerkstelligen mag de kop niet bewegen, daarom wordt de snavel kort vastgepakt. We hebben verschillende fixatiemethodes getest, om te kijken welke goed werken en de minste stress veroorzaken.
- Methode 1: verticale trechter (180°)
De kip werd ondersteboven in een trechter geplaatst. We hebben deze methode met vier kippen getest. We zagen bij twee kippen wat stress; ze hadden de snavels een beetje open en een versnelde ademhaling (zichtbaar door de op en neer beweging bij de cloaca). Hoewel de kip in een trechter wordt ondersteund, is er vermoedelijk nog steeds enige mate van stress omdat ze zich in een kwetsbare positie bevindt en ondersteboven hangt, wat de ademhaling kan bemoeilijken omdat de organen (vanwege de afwezigheid van een middenrif) op de longen en luchtzakken kunnen drukken. Bovendien moesten de kippen vlak voor het fixeren uit hun hok worden gehaald, wat ook stress gaf.



- Methode 2: horizontale trechter (~110°)
De kip werd in een horizontale trechter geplaatst. De kip lag dus op haar buik in plaats van volledig ondersteboven. Het viel op dat kippen bij deze methode goed in de trechter blijven liggen. Ze waren ook kalmer dan bij het ondersteboven fixeren. We hebben dit met vijf kippen getest.



Bij alle manieren van fixeren werd de snavel licht vastgehouden om ervoor te zorgen dat de kop tijdens het schot minimaal kon bewegen.
Fixeren: voorzichtige conclusies
Fixeren in een trechter
- Tijdens de test viel ons op dat de kippen in de horizontale trechter (methode 2, ~110°) rustiger leken dan in de verticale trechter waarin zij ondersteboven hingen (methode 1, ~180°).
- Een te hoog opgehangen trechter beperkt het zicht op het dier. Daardoor bestaat het risico dat een vleugel of ander lichaamsdeel ongemerkt in een oncomfortabele positie komt te zitten. Ook daarom had de horizontale opstelling (fixatiemethode 2) onze voorkeur.
- De opening aan de voorzijde van de trechter moet groot genoeg zijn, zodat het kopje voldoende uitsteekt, maar het lijfje niet. Je wilt de kip niet teveel aan het snaveltje moeten trekken want dit veroorzaakt onnodige stress. Tijdens de test hebben we de opening daarom een flink stuk groter gemaakt dan we in eerste instantie dachten.
- De manier waarop de kip in de trechter wordt geplaatst, heeft invloed op dierenwelzijn. Belangrijk is de kip rustig te hanteren, zolang als mogelijk rechtop te houden en bij het plaatsen in de trechter onder de borst te ondersteunen en de poten achter het lijf te houden. Wanneer de poten onder het lichaam terechtkomen, kan de kip zich afzetten en zichzelf uit de trechter drukken.
- Onze gezamenlijke voorkeur ging uit naar de horizontale trechteropstelling (fixatiemethode 2). De kip blijft horizontaal (ervaart daarom minder stress), is makkelijk te plaatsen, goed te zien en beide handen zijn na het plaatsen vrij om de snavel te pakken en het penschiettoestel correct te plaatsen. Alles kan door één persoon gedaan worden. Uiteraard betrof onze test een proefopstelling – bij dagelijks gebruik dient de opstelling geprofessionaliseerd te worden zodat de trechter in de juiste positie stevig vastzit, goed kan worden schoongemaakt en op het formaat kippen is afgesteld.
Rechtop fixeren zonder trechter
- Bij het rechtop fixeren (methode 3 en 4) werden de kippen door een persoon vastgehouden. Dit veroorzaakt altijd een bepaalde mate van stress. Tijdens onze test leek die stress mild, maar de mate waarin een dier stress ervaart verschilt per kip en hangt mede af van het ras en de mate waarin het dier eraan gewend is te worden vastgepakt. Net als de trechtermethoden 1 en 2 kan methode 4 door één persoon worden uitgevoerd.
- We hebben de mate van stress beoordeeld aan de hand van gedrag. Dit heeft ook kanttekeningen. Sommige kippen kunnen bevriezen uit angst, waarbij ze rustig overkomen maar dit in werkelijkheid niet zijn.
- We gaan ervan uit dat fixeren altijd een bepaalde mate van stress veroorzaakt. Het is daarom belangrijk dat het zo kort als mogelijk duurt (niet meer dan enkele seconden). Direct na fixeren dient het dier te worden geschoten.
- Het vangen leek meer stress te veroorzaken dan het fixeren, mede doordat de kippen tussen de zitstokken moeilijk bereikbaar waren. Deze stress kan worden verminderd door de dieren te vangen terwijl ze slapen en door de huisvesting zo in te richten dat de kippen gemakkelijker bereikbaar zijn.
Het verdoven en doden
De kippen werden vandaag geschoten door Roy Melsert van MHS Consultancy. Dr. Bert Lambooij, expert op het gebied van verdoving, controleerde direct daarna of er nog signalen van bewustzijn aanwezig waren. Er werd geschoten op de kop, tussen de ogen en de oren, waarbij het toestel recht naar beneden werd gericht, richting de kleine en grote hersenen. Tijdens het schieten werd de snavel licht vastgehouden. Niet stevig, want de kop moet bij het schot loslaten.

Aanvankelijk hadden we enige twijfel of het vasthouden van de snavel wel veilig was, omdat de hand zich daarbij vrij dicht bij het toestel bevindt. Gelukkig bleek dit wél het geval: de afstand is voldoende, al blijft oplettendheid uiteraard belangrijk.
Bij alle 11 kippen binnen deze test, trad onmiddellijk bewusteloosheid op, gevolgd door de dood.
Direct na het schot werden geen oogreflexen meer waargenomen. Ook reageerden de dieren niet meer op een pijnprikkel (knijpen in de kam), was er geen ademhaling meer en werden geen pogingen gezien om de kop op te richten.
Wel traden convulsies op, zoals vleugelfladderen, trappelen met de poten en soms slingeren met de kop. Deze bewegingen zijn reflexmatig en vormen geen aanwijzing dat een dier nog bij bewustzijn is. Een praktisch voordeel van de trechter is dat deze een groot deel van deze reflexbewegingen opvangt.
Na afloop werden ook de hersenen en de nek onderzocht om het effect van het schot te beoordelen – in alle gevallen waren de hersenen zeer beschadigd en de nek gebroken.
Conclusie
Het niet-penetrerende penschiettoestel CASH Small Animal Tool van Accles & Shelvoke leek op basis van onze test een geschikt toestel om kippen op een humane manier uit hun lijden te verlossen. Het heeft sterk de voorkeur boven cervicale dislocatie omdat het bewustzijnsverlies direct en zonder pijn is.
De horizontale trechteropstelling (methode 2, ~110°) had onze voorkeur. De kip blijft horizontaal en is goed zichtbaar, terwijl beide handen vrij blijven om de snavel vast te houden en het penschiettoestel correct te plaatsen. De gehele procedure kan door één persoon worden uitgevoerd en de trechter vangt een groot deel van de convulsies op. Trechters kunnen op verschillende plekken in de stal worden geïnstalleerd, zodat zieke of gewonde kippen direct op de plek waar zij worden aangetroffen uit hun lijden kunnen worden verlost. Bij het gebruik van het penschiettoestel komt soms wat bloed vrij. Voor sommige pluimveehouders kan dit een reden zijn om de procedure in een aparte ruimte uit te voeren.
Om stress door fixeren te minimaliseren dient het dier na het plaatsen direct te worden geschoten. Hierbij moet de snavel licht worden vastgehouden om een accurate positie van het toestel te kunnen bewerkstelligen. Een correcte plaatsing van het toestel vraagt wel enige oefening.
Het CASH-penschiettoestel is compact, gemakkelijk mee te nemen en produceert zeer weinig geluid. Tijdens een eerdere test in een grote pluimveestal had het geluid van een schot geen merkbaar effect op de rest van het koppel. Het toestel werkt met losse patronen (één patroon per kip), waarvoor in Nederland een wapenvergunning nodig is. Deze vergunning kan relatief eenvoudig bij de politie worden aangevraagd.

Wij willen alle mensen die ons tijdens dit project hebben geadviseerd hartelijk bedanken, waaronder Miguel Arranz Carrero van de Universiteit van Bristol, Martin von Wenzlawowicz van BSI Schwarzenbek en uiteraard Bert Lambooij, oud-onderzoeker bij Wageningen University & Research.


